Binnen het samenwerkingsverband is afgesproken dat alle scholen het schoolprofiel aan de hand van een vast format invullen.  Dit format bestaat voor een deel uit een beschrijving die voor alle scholen geldt, maar laat ook ruimte aan de scholen over om eigen school specifieke zaken te beschrijven. Door het opstellen van een vast format dat door alle scholen wordt gebruikt is het eenvoudiger om te bekijken waarin de verschillende scholen van elkaar afwijken.

Schoolondersteuningsprofiel

Inhoudsopgave

1 Inleiding
1.1 Passend Onderwijs
1.2 Schoolondersteuningsprofiel
1.3 Groeidocument
1.4 Wat betekent het schoolondersteuningsplan voor ouders/verzorgers?
1.5 Meer weten?
2 Onderwijsvisie / schoolconcept
3 Visie op onderwijsondersteuning
3.1 Verantwoording
3.2 Missie en visie van (de scholen van) het samenwerkingsverband
3.2.1 Missie
3.2.2 Visie
4 Drie niveaus van onderwijsondersteuning
4.1 Basisondersteuning
4.2 Extra ondersteuning in de vorm van arrangementen
4.3 Plaatsing vso
5 Inrichting onderwijsondersteuningsstructuur
6 Procedures
6.1 Basisondersteuning
6.2 Extra ondersteuning via arrangementen
6.3 Plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs
6.4 Bezwaar en beroep
6.4.1 Regelingen op school(bestuurlijk) niveau
6.4.2 Regelingen op niveau van het samenwerkingsverband
6.4.3 Regelingen op landelijk niveau
6.5 Toelating van leerlingen
7 Bijlagen

Inleiding

Passend Onderwijs

Elk kind heeft recht op goed onderwijs. Ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Passend onderwijs beoogt voor iedere leerling een passende plek in het onderwijs te bieden. Regulier waar het kan, speciaal waar het moet. Zo worden jongeren het best voorbereid op een vervolgopleiding en doen ze zo goed mogelijk mee in de samenleving.

Met invoering van de Wet passend onderwijs die in augustus 2014 ingaat, krijgen scholen een zogeheten ‘zorgplicht’. Dat betekent dat scholen ervoor verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Op de eigen school, eventueel met extra ondersteuning in de klas, op een andere reguliere school in de regio of in het voortgezet speciaal onderwijs. Voor leerlingen die het echt nodig hebben, kan namelijk nog steeds een beroep op het speciaal onderwijs gedaan worden.

Ouders worden hierbij nauw betrokken. Om aan alle kinderen daadwerkelijk een goede onderwijsplek te kunnen bieden, vormen reguliere en speciale scholen samen regionale samenwerkingsverbanden. De scholen in het samenwerkingsverband maken afspraken over de ondersteuning aan leerlingen en de bekostiging daarvan.

In het samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs Zuidoost Utrecht werkt de school uit de regio al geruime tijd samen met de andere scholen met het oog op de invoering van Passend onderwijs.

Schoolondersteuningsprofiel

Dit schoolondersteuningsprofiel geeft aan welke onderwijsondersteuning NAAM SCHOOL kan bieden en welke ambities de school daarbij heeft. Leraren en ouders hebben via de medezeggenschapsraad advies gegeven bij het opstellen van het schoolondersteuningsprofiel via de medezeggenschapsraad van de school. Verder hebben alle schoolbesturen de profielen onderling afgestemd om er voor te zorgen dat alle leerlingen in de regio inderdaad passend onderwijs kunnen ontvangen en niemand tussen wal en schip valt.

Ouders/verzorgers kiezen zelf een school voor hun kind, ook als het kind extra ondersteuning nodig heeft. Bij deze schoolkeuze kunnen zij zich laten leiden door de inhoud van het schoolondersteuningsprofiel.

Na aanmelding beoordeelt de school of zij aan de ondersteuningsvraag van het kind tegemoet kan komen. Kan dat niet, dan zoekt de school – na overleg met de ouders – een betere plek. Dat kan zijn een (andere) reguliere school, maar dat kan ook een school voor voortgezet speciaal onderwijs zijn. Zo komt het kind terecht op de school die zo goed mogelijk bij hem of haar past.

Dit schoolondersteuningsprofiel geldt vanaf het moment dat de wet Passend onderwijs wordt ingevoerd, dus vanaf 1 augustus 2014.

Groeidocument

Het schoolondersteuningsprofiel is nog in ontwikkeling. In 2014/15 zullen belangrijk ervaringen worden opgedaan. Daarna zal het schoolondersteuningsprofiel op basis van een evaluatie waar nodig worden bijgesteld. Bij die evaluatie en bij het vaststellen van een aangepaste versie van het schoolondersteuningsprofiel zullen ouders en personeelsleden via de medezeggenschapsorganen uiteraard weer betrokken zijn.

Wat betekent het schoolondersteuningsplan voor ouders/verzorgers?

Ouders/verzorgers bepalen waar zij hun kind aanmelden. Dat kan bijvoorbeeld een school zijn die dicht bij huis ligt, die past bij de geloofsovertuiging of die een bepaald pedagogisch concept volgt. In de praktijk zal de keuze vaak worden ingegeven door de combinatie van de pedagogisch – didactische eigenheid van de school en het meer specifieke ondersteuningsaanbod. Informatie daarover is in dit schoolondersteuningsprofiel opgenomen.

 N.B.: aanmelding voor plaatsing van een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs geschiedt niet direct door de ouders bij de desbetreffende school, maar loopt via de Commissie toelaatbaarheid van het samenwerkingsverband. Zo’n aanvraag wordt  ingediend door het schoolbestuur waar de leerling op dat moment staat ingeschreven.

Schoolondersteuningsprofiel

De school is het belangrijkste contactpunt als er vragen zijn over onderwijsondersteuning. Dat wil niet zeggen dat altijd alles op iedere school geregeld kan worden, maar als dat niet zo is, zorgt de school voor doorverwijzing e.d. Er is in dit samenwerkingsverband bewust niet gekozen voor centrale loketten en informatiepunten, omdat de afgelopen jaren al gebleken is dat in het overgrote deel van de gevallen in overleg met de school kunnen worden opgelost.

Voor meer informatie over de mogelijkheden van de school kunt u verder inzien op de pagina: aangesloten scholen.

Voor algemene en achtergrondinformatie over Passend onderwijs kunt u terecht op de pagina passend onderwijs en de landelijke website www.passendonderwijs.nl. Laatstgenoemde website bevat een uitgebreid onderdeel voor ouders en leerlingen.

Onderwijsvisie / schoolconcept

Neem staat een passage op van maximaal een half A4 over de onderwijsvisie / schoolconcept / pedagogisch-didactisch /orthodidactisch model van de school

Visie op onderwijsondersteuning

Visie op onderwijsondersteuning

Verantwoording

Binnen het samenwerkingsverband Zuid Oost Utrecht hebben alle schoolbesturen gezamenlijk een visie op onderwijsondersteuning geformuleerd. Er zijn wat dat betreft geen verschillen tussen de scholen. Dat betekent natuurlijk niet dat er helemaal geen verschillen tussen de scholen zijn.

Om te beginnen, is er al het onderscheid in schoolsoorten. Een leerling kan dus niet overal terecht. Wie qua niveau en oriëntatie op het vmbo is aangewezen, kan niet op een vwo-school terecht. Dat heeft te maken met de geschiktheid voor een bepaalde onderwijssoort en niet met een verschil in visie op onderwijsondersteuning. Verder verschillen scholen (gelukkig) in de manier waarop zij concreet invulling geven aan de gemeenschappelijke visie en uitgangspunten. Dat zit voor een deel in de manier waarop de onderwijsondersteuning georganiseerd wordt. Maar verschillen komen ook tot uitdrukking in de manier waarop de mens- en onderwijsvisie, de pedagogische oriëntatie en de inrichting van de didactiek tot een eigen inkleuring leiden.

Wat het beste is verschilt per leerling.

Missie en visie van (de scholen van) het samenwerkingsverband

Missie

De aangesloten schoolbesturen waarborgen c.q. bieden, in onderlinge afstemming en conform de wet, passend onderwijs aan de leerlingen schoolgaand in de regio Zuidoost Utrecht, er op gericht dat zoveel mogelijk van deze leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doormaken. Het samenwerkingsverband werkt samen met partners (waaronder de gemeenten en de centra voor jeugd en gezin) in de regio, als het nodig is om extra ontwikkelings- en gezinsondersteuning te realiseren voor deze leerlingen en het gezin waartoe zij behoren.

 

Visie

De visie van het samenwerkingsverband is verwoord in de volgende uitgangspunten:

  • Ieder kind krijgt een passend aanbod. Het samenwerkingsverband volgt wat dit betreft uiteraard de wet.
  • De schoolbesturen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor Passend Onderwijs in de regio en leggen vast waarop zij gezamenlijk inzetten.Het samenwerkingsverband wordt gevormd door de scholen, die gezamenlijk optrekken.
  • Schoolbesturen realiseren, door het accent te leggen op ontwikkeling en verruiming van de basisondersteuning, onderwijsondersteuning zoveel als mogelijk binnen een reguliere setting.Het samenwerkingsverband kiest nadrukkelijk voor oplossingen in het ‘gewone’, reguliere onderwijs, omdat dat voor de meeste leerlingen ook het beste is en de meeste kans biedt op een diploma dat vervolgmogelijkheden biedt.
  • De verantwoordelijkheid voor Passend Onderwijs ligt zo veel als mogelijk op school(bestuurlijk)niveau.Passend onderwijs hoort op de scholen concreet vorm te krijgen. Het samenwerkingsverband kiest bewust niet voor onderwijs- of opvangvoorzieningen buiten de scholen om, want daarmee zouden leerlingen toch buiten een normale schoolcontext worden geplaatst.
  • Het accent ligt op preventief in plaats van curatief handelen.De inzet is om tijdig adequate ondersteuning te bieden om daarmee te voorkomen dat op een later moment veel meer ondersteuning nodig is.
  • De voorkeur gaat uit naar spreiding van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte over de scholen boven concentratie van deze leerlingen (tenzij de aard van de ondersteuningsbehoefte, overwegingen van veiligheid of beperkingen in beschikbare specialistische expertise anders impliceren).De bedoeling van passend onderwijs is dat zoveel mogelijk leerlingen de school kunnen bezoeken die in buurt ligt en waar de voorkeur van ouders en leerling naar uit gaat en dat leerlingen in ‘gewone’ klassen zitten
  • Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs blijven nodig.In beginsel zitten leerlingen op een ‘gewone’, reguliere school. Dat geldt in dit samenwerkingsverband op dit moment, voor 96 % van alle leerlingen. In een aantal gevallen is de ondersteuningsbehoefte van een leerling echter zo intensief en specialistisch dat plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs de beste oplossing is.

Drie niveaus van onderwijsondersteuning

In aansluiting op de wettelijke regelgeving en bekostiging kent het samenwerkingsverband drie niveaus van onderwijsondersteuning:

  • Basisondersteuning;
  • Extra ondersteuning in de vorm van arrangementen;
  • Plaatsing in het speciaal onderwijs.

Deze worden nu achtereenvolgens beschreven.

Basisondersteuning

Basisondersteuning heeft betrekking op ondersteuning zoals die voor alle leerlingen geldt en beschikbaar is. Het verwijst naar het geheel van preventieve en licht curatieve programma’s die de school aanbiedt en uitvoert, eventueel in samenwerking met ketenpartners.

Concreet betekent dit het volgende.

De school:

  • Signaleert preventief en tijdig leerproblemen en ontwikkelings- en opvoedproblemen.
  • Heeft of ontwikkelt een aanbod voor leerlingen met dyslexie en/of dyscalculie conform de daarvoor landelijk vastgestelde protocollen.
  • Heeft of ontwikkelt onderwijsprogramma’s en leerlijnen die zijn afgestemd op leerlingen die qua cognitieve capaciteiten boven-, dan wel ondergemiddeld toegerust zijn voor de schoolsoort waar zij op zitten, terwijl zij wel in staat worden geacht het schooltype waar ze op zitten succesvol te doorlopen
  • Zorgt – binnen grenzen van redelijkheid ­– voor fysieke toegankelijkheid van schoolgebouwen, aangepaste werk- en instructieruimtes en de beschikbaarheid van hulpmiddelen voor leerlingen die dit nodig hebben.
  • Beschikt over (ortho)pedagogische en (ortho)didactische programma’s en methodieken die gericht zijn op sociale veiligheid en het voorkomen en aanpakken van gedragsproblemen.
  • Past een protocol toe voor medische handelingen.
  • Beschrijft op welke wijze de school samenwerkt met ketenpartners om lichte curatieve ondersteuning te bieden.

Basisondersteuning wordt voor een deel vanzelf en aangepast aan de behoefte van de leerling aangeboden op signalering door leerkracht, mentor, andere functie, functionaris.

Extra ondersteuning in de vorm van arrangementen

Een leerling die ondersteuning behoeft, die boven de overeengekomen basisondersteuning uit gaat, ontvangt die extra ondersteuning in de vorm van een ondersteuningsarrangement binnen de eigen school. Daarbij is het vertrekpunt de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Het gaat dus om wat de leerling nodig heeft en niet om wat de leerling ‘mankeert’. De school gaat niet uit van ‘labels’ en ‘etiketten’. Er is dus ook geen standaard lijstje van arrangementen, er is veelmeer sprake van maatwerk.

Het kan zijn dat de school het gewenste arrangement niet kan aanbieden. In dat geval kan in overleg met ouders gekozen worden voor een verwijzing naar een school die dat arrangement wel kan aanbieden.

Als een leerling een extra ondersteuningsarrangement krijgt aangeboden, stelt de school, in overleg met ouders een ontwikkelingsperspectief op. Daarin wordt in elk geval opgenomen de te verwachten ‘uitstroombestemming’. Dat wil zeggen het vervolgonderwijs waar de leerling voor wordt opgeleid; in voorkomende gevallen kan het ook gaan om toeleiding naar arbeid.

 Arrangementen kunnen verschillen in:

  • Mate van individualisering: het kan gaan om een (geheel) individueel arrangement of een (deels) groepsgewijs arrangement.
  • Duur: arrangementen kunnen korter of langer duren.
  • Intensiteit: een arrangement kan meer of minder intensief zijn (bijvoorbeeld extra ondersteuning op dagelijkse basis of een wekelijks gesprek met een mentor).
  • Aantal betrokkenen. Het kan zijn dat de ondersteuning geleverd wordt door of enkele vakdocenten of de mentor van de leerling. Het kan ook zijn dat meer specialistische functionarissen betrokken zoals een orthopedagoog of remedial teacher. Het is ook mogelijk dat er ondersteuning van buiten wordt aangezocht. Het kan dan gaan om ambulante begeleiding vanuit het speciaal onderwijs, maatschappelijk werk, jeugd-ggz e.d.

Bij de beslissing om een individueel ondersteuningsarrangement in te zetten wordt een bepaalde procedure gevolgd; zie paragraaf 6.2.

Over de inhoud en de beoogde doelstellingen van een arrangement wordt altijd overlegd met de ouders.

Vanwege de wettelijke overgangsregelingen zullen, zoals eerder al aangeven, de arrangementen in de schooljaren 2014/15 en 2015/16 mogelijk minder flexibel en op maat kunnen worden aangeboden dan dat dit in de jaren daarna het geval zal zijn. De invoering van passend onderwijs start op 1-8-14. De daadwerkelijke ontwikkeling en uitvoering zal meerdere jaren in beslag nemen.

Plaatsing vso

In beginsel kunnen scholen aan het overgrote deel van de ondersteuningsvragen van leerlingen tegemoet komen via de basisondersteuning en de extra ondersteuning in de vorm van arrangementen Om een aantal redenen kan dat echter soms niet mogelijk zijn. Het gaat daarbij om de volgende gevallen:

  • Er is (zeer) specialistische expertise nodig om in de ondersteuningsvraag te voorzien die niet (op het vereiste niveau, in de gewenste intensiteit) binnen de school kan worden aangeboden.
  • De duur en intensiteit van de benodigde ondersteuning is redelijkerwijze niet inpasbaar binnen de klassikale/groepsgewijze onderwijscontext van de school.
  • De veiligheid van de leerling, dan wel de veiligheid van medeleerlingen kan niet (voldoende) gegarandeerd worden.

In deze gevallen ligt een plaatsing in een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor de hand, waar de leerling wel passend onderwijs en passende ondersteuning kan ontvangen, eventueel in combinatie met behandeling vanuit jeugdzorg.

Besluitvorming over plaatsing in het vso gebeurt uiteraard altijd in zorgvuldig overleg met de ouders. De wet schrijft hierbij een bepaalde procedure voor, die leidt tot een zogeheten toelaatbaarheidsverklaring voor het vso. Deze procedure houdt de school uiteraard aan; zie ook paragraaf 6.3.

N.B. tot 1 augustus 2014, dus in de periode tot aan de invoering van de wet Passend onderwijs geldt nog een andere procedure.

Inrichting onderwijsondersteuningsstructuur

Het komt het benoemen en schetsen van:

  • Functies en functionarissen, waar relevant met telefoonnummer en emailadres
  • Ondersteuningsaanbod uit de categorie basisondersteuning
  • Ondersteuningsaanbod uit de categorie extra ondersteuning via arrangementen (indien er specifiek aanbod aanwezig is)
  • Samenwerkingsrelaties met ketenpartners
  • Eventueel gehanteerde standaarden voor kwaliteit van onderwijs)(ondersteuning)
  • Eventueel gehanteerde standaarden voor handelingsgericht werken.
  • Eventueel andere relevante informatie.

Procedures

Basisondersteuning

Hier worden de methoden, instrumenten en procedures die worden gehanteerd beschreven

  • signalering (komen tot de constatering dat extra ondersteuning nodig is),
  • determinatie (bepalen welke ondersteuning nodig is)
  • toewijzing (beslissen dat een bepaalde vorm van ondersteuning geboden kan worden

Extra ondersteuning via arrangementen

Beschrijf de methoden, instrumenten en procedures die worden gehanteerd voor

  • signalering (komen tot de constatering dat extra ondersteuning nodig is),
  • determinatie (bepalen welke ondersteuning nodig is)
  • toewijzing (beslissen dat een bepaalde vorm van ondersteuning geboden kan worden
  • de wijze waarop het ontwikkelingsperspectief van de leerling door het schoolbestuur en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders wordt vastgesteld en jaarlijks wordt geëvalueerd en bijgesteld.

Plaatsing in het voortgezet speciaal onderwijs

De procedure is als volgt:

  • In overleg besluiten ouders en functie/functionaris om een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs aan te vragen.
  • Het schoolbestuur dient de aanvraag en het bijbehorende dossier formeel in bij de desbetreffende commissie binnen het samenwerkingsverband.
  • De commissie neemt, eventueel na nader onderzoek, een beslissing (wel of niet afgeven van een toelaatbaarheidsverklaring).
  • Tegen de beslissing van de commissie staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open; zie voor de procedure www.swv-vo-zou.nl
  • Een toelaatbaarheidsverklaring is een voorwaarde om geplaatst te kunnen worden in het voortgezet speciaal onderwijs. De vso-school heeft vervolgens een eigen toelatingsbevoegdheid.

Bovenstaande procedure geldt met ingang van 1 augustus 2014. Dat betekent dat het overgrote deel van de instroom in het vso voor het schooljaar 2014-2015 nog loopt via andere procedure (Commissie van Indicatiestelling).

DE vso scholen geven aan:
Op welke wijze, via welke procedure, de eigen toelatingsbevoegdheid wordt ingevuld.
Geef aan de wijze waarop het ontwikkelingsperspectief van de leerling door het schoolbestuur en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders wordt vastgesteld en jaarlijks wordt geëvalueerd en bijgesteld.

Bezwaar en beroep

Regelingen op school(bestuurlijk) niveau

Neem hier op de school(bestuurlijke) regelingen voor bezwaar en beroep voor zover relevant in dit kader.

Regelingen op niveau van het samenwerkingsverband

Het samenwerkingsverband is aangesloten bij de landelijke bezwaaradviescommissie die adviseert over bezwaarschriften betreffende beslissingen van het samenwerkingsverband over de toelaatbaarheid van leerlingen tot het voortgezet speciaal onderwijs; zie voor de procedure www.swv-vo-zou.nl

Regelingen op landelijk niveau

Vanaf augustus 2014 is er een Landelijke Geschillencommissie passend onderwijs die oordeelt in geschillen tussen ouders en het schoolbestuur over:

(de weigering van) toelating van leerlingen die extra ondersteuning behoeven;
de verwijdering van leerlingen;
het ontwikkelingsperspectief.

Zie voor de procedure www.swv-vo-zou.nl

Toelating van leerlingen

Het samenwerkingsverband heeft een aantal regionale afspraken gemaakt over de toelatingsprocedure. Daarnaast kent elke school zijn specifieke toelatingseisen.

Voor de regionale afspraken zie: www.swv-vo-zou.nl.

Naam school heeft:

Hier komt de toelatingsprocedure van leerlingen en de manier waarop de school daarbij omgaat met ondersteuningsvragen.

Toelating van leerlingen

Het samenwerkingsverband heeft een aantal regionale afspraken gemaakt over de toelatingsprocedure. Daarnaast kent elke school zijn specifieke toelatingseisen.

Voor de regionale afspraken zie: www.swv-vo-zou.nl.

Naam school heeft:

Hier komt de toelatingsprocedure van leerlingen en de manier waarop de school daarbij omgaat met ondersteuningsvragen.